de Nieuwe opdrachtgevers

les Nouveaux commanditaires

Leen Braspenning – Grief

Patrons - Jos Herck, Esther Meuwis, Hedwig Orij, Renaat Roekaers & David Orye
Curator - Julie Rodeyns
Borgloon, Belgium, 2013

Een opdrachtgeversgroep uit Borgloon wil graag een kunstenaar uitnodigen om te denken en werken rond de problematiek van passende symbolen en rituelen voor rouwen, afscheid nemen en het omgaan met dood en verdriet, los van een bepaalde religie.

Het traject groeide uit een eerder traject met (ongeveer) dezelfde opdrachtgeversgroep. De inzet van dat eerste traject was de vraag naar een kunstwerk voor de nieuwe Centrale Begraafplaats van Borgloon. Dit traject resulteerde in MEMENTO, een kunstwerk van Wesley Meuris. Tijdens de toenmalige discussies kwamen ook nieuwe vragen en uitdagingen, meer bepaald over rouwen en hedendaagse rouwrituelen, naar boven. Steun van de Fondation de France maakte het mogelijk om hierrond een tweede traject op te starten. De keuze voor het medium podium lag voor de hand: podiumkunsten, omdat ze een lange traditie hebben in (werken rond) rituelen, daar theater ooit uit klaagzangen is gegroeid.

Met dit traject begeven we ons in de mentale ruimte van 'afscheid nemen, rouwen en de dood'. We starten de gesprekken op vanuit het concept van 'hedendaagse rouwrituelen'. Al snel blijkt dit een problematische term. 

De opdrachtgeversgroep blijkt niet op zoek naar ‘nieuwe rituelen’. Rituelen zijn vandaag -ook al klinkt dat misschien contradictorisch- in de eerste plaats persoonlijk, getuigen zij. Iedereen vult dit anders in. Vaak is het trouwens de stervende die vandaag zijn/haar ‘afscheidsritueel’ in eigen handen neemt. Hoe iets van dat moment van afscheid nemen te maken: dat is waar de opdrachtgevers professioneel rond werken, hierin zijn zij expert. Vanuit hun praktijk ervaren ze echter dat we in onze maatschappij de dood weg duwen uit het leven. Vaak weten we niet meer hoe met verlies om te gaan. De groep wil graag opdracht geven voor een werk dat aandacht vraagt voor het thema van afscheid nemen en de dood. In zijn boek ‘Nieuw Zwart’ dat ons inspireert, schetst auteur Darian Leader hoe onze gebrekkige woordenschat omtrent emoties onze machteloosheid terzake reflecteert: sterke emoties worden beschouwd als een ziekte die door pillen verholpen moeten worden, niet als een reactie op een gebeurtenis (bijvoorbeeld een sterfgeval). Nochtans is het belangrijk om dat verlies en de bijhorende emoties te erkennen, vindt ook de opdrachtgevergroep. Zij willen een werk dat eerder dan na te denken over het formele karakter van rituelen in de eerste plaats tot de emoties spreekt en mensen dichter bij hun gevoelens brengt.

Anders dan bij het werk van Wesley Meuris wil men niet zozeer personen bereiken die al iemand verloren hebben, maar meer algemeen ‘iedereen’. Vroeg of laat worden we allen met het overlijden van een naaste geconfronteerd. Een podiumcreatie kan daar eventueel op voorbereidenof al over doen nadenken.

1. We verwachten van de kunstenaar een sterke gevoeligheid en interesse voor het thema van rouwen, afscheid nemen en de dood,
2. Om vanuit deze interesse “persoonlijke rouwrituelen” te onderzoeken naar hun vorm, inzet en inhoud (wat betekent een “(persoonlijk) ritueel” en wat maakt een (persoonlijk) ritueel een ritueel, …).
3. Om daarbij voorbij het vormelijke van rituelen over het innerlijke na te denken. Het kunstwerk moet mensen dichter bij hun gevoelens brengen.
4. De expertise van de groep opdrachtgevers kan de kunstenaar hierbij inspireren. Wij verwachten dat hij of zij openstaat voor dialoog en uitwisseling met de ‘ervaringsdeskundigen’ uit onder andere de groep.
5. Het eindproduct moet een sprekend kunstwerk zijn dat aandacht genereert voor het thema van de dood en dat mensen doet stilstaan bij en laat nadenken over rouwen en hoe om te gaan met afscheid nemen.
6. Tegelijk moet het werk idealiter aspecten aanreiken die kunnen inspireren bij een werkelijk, persoonlijk rouwproces
De groep koos om een opdracht te geven aan de jonge Belgische beeldend theatermaakster Leen Braspenning die momenteel vooral werkzaam is in Nederland. Leen maakt eerlijke, directe en pure voorstellingen over gewone mensen, die het publiek rechtstreeks bij de kladden grijpen. Vertrekkende van een sociologisch kader gaat ze steeds weer op zoek naar een stukje van de maatschappij dat haar nog vreemd is: clubs, glazen straatjes, fabriekshallen of een flatgebouw met sociale huurwoningen. Ze won reeds verschillende prijzen voor haar werk.

Leen verloor een tijdje terug haar moeder, die de jongste was binnen een groot gezin. Al haar ooms en tante’s (broers en zussen van haar moeder) zijn sterk katholiek opgevoed. Niettemin zag Leen hoezeer zij worstelden met de ziekte en het overlijden. Dat frappeerde haar. Leen werd geprikkeld om de rol van geloof bij een rouwproces verder  te onderzoeken, dus trok ze naar Polen. Enerzijds omdat ze afstand wou en zocht, anderzijds precies naar Polen omdat het een land is met een sterke katholieke traditie (net zoals haar tante en nonkels). Ze interviewde verschillende mensen over hun persoonlijke rouwervaringen. Uit Polen nam Leen mee hoe sterk rouwen daar nog collectief wordt gedragen, helemaal anders dan in Nederland, waar ze eveneens mensen interviewde. In onze contreien ligt de nadruk op de individuele rouwbeleving, het maatschappelijke draagvlak is verdwenen. In Polen ging iemand graag terug aan de slag omdat iedereen op haar werk ook wist dat zij rouwende was en dat verlies mee droeg. Hier moet je een knop omdraaien: eens terug aan het werk is je rouwproces ‘voorbij’.
Maar zo werkt het natuurlijk niet… De opdrachtgevers kunnen zich aansluiten bij wat Leen vertelt. Vroeger was een afscheid meer maatschappelijk ingebed, vandaag is het een privégegeven. Hedwig getuigt dat doodsbrieven niet meer aan huis worden verdeeld. Dat vind ze een groot gemis. Esther getuigt dat er een grote vraag is naar intieme plechtigheden die niet algemeen bekend gemaakt worden. Zij vergeten soms dat ze daarmee mensen die misschien ook afscheid willen nemen, uitsluiten.
Leen heeft theaterproducties over zeer uiteenlopende onderwerpen gemaakt. Ze heeft interesse in onderwerpen waar een zeker dogma over hangt, of een zeker taboe. Zo is het ook met het thema 'rouw'. Vooral jongere mensen gaan vaak nog uit van een zeker gedrag dat zo ‘hoort’, alsof er één juiste manier van rouwen is. Dat is niet zo, je voelt wat je voelt, er zijn op dat moment geen takken om je aan vast te houden. Het is wat het is en welk traject je ook volgt, het is oké. Daar kunnen de opdrachtgevers Leen helemaal in volgen.
Ze baseert zich in haar werk vaak op interviews die zijzelf of een medewerkster afnemen.  Waarom deze werkwijze? Mensen zeggen soms dingen die je zelf als schrijver of kunstenaar niet had kunnen bedenken. Interviews creëren vaak ook een grotere herkenbaarheid. Renaat kan getuigen dat deze werkwijze klopt. Ooit deed theatergroep De Queeste een theaterproject met voormalige medewerkers van de oude Stroopfabriek. Er kwamen enorm sterke verhalen naar boven: dankbare materie om als kunstenaar mee aan de slag te gaan.

Voor Leen Braspenning is het vooronderzoek belangrijk in het toewerken naar een “theatraal resultaat”. Leen wil dit vooronderzoek graag in Borgloon voeren door gesprekken en interviews met inwoners uit de regio, die zelf een rouwproces meemaakten, aan te gaan. Haar voorstelling/traject wil ze vervolgens laten baseren op deze interviews. De opdrachtgevers vinden dit een interessant idee, want het kan een publiek warm maken voor het theatrale eindresultaat. In augustus 2013 kan ze alvast twee weken logeren bij een opdrachtgever. Dat geeft haar alle tijd om research te verrichten, interviews af te nemen en het project praktisch en technisch voor te bereiden. De opdrachtgevers zullen beschikbaar zijn om haar met raad en daad bij te staan. 

Leen heeft op dit punt een vraag voor de groep. Rouw is een zwaar, heftig thema. Ze wil geen gitzwart drama maken maar ook niet ontkennen dat het geen evident thema is. Ze kan zich goed voorstellen dat een publiek misschien liever niet met dit thema geconfronteerd zal willen worden. Hoe mensen het best benaderen of aanspreken over dit thema: daar wil ze graag samen met de groep over brainstormen.
Nu groep en kunstenaar elkaar inhoudelijk en vormelijk gevonden hebben, moeten ook de praktische contouren van het project uitgetekend worden. Leen deelt de mening van de opdrachtgevers dat een locatieproject de drempel voor een publiek kan verlagen. (Dit betekent dat de voorstelling zal opgevoerd worden op één of meerde locaties in Borgloon zelf)

De opdrachtgevers hebben nagedacht na over mogelijke locaties die ze aan de kunstenares lieten zien. Wanneer laten we het project doorgaan? September is te vroeg, dan heeft iedereen met de start van het nieuwe schooljaar te veel aan het hoofd, vinden de opdrachtgevers. Dus wordt er gekozen voor de late herfst. Het weer zal dan vermoedelijk guur zijn, dus opteert Leen voor locaties in centrum Borgloon die niet te ver uiteen liggen (ook over dergelijke praktische zaken moet je nadenken!). Leen moet nu met de eigenaars van de locaties overleggen en kijken wat mogelijk is. 

Leen besliste om voor de voorstelling tekst-, foto- en videomateriaal te verwerken van gesprekken die ze tussen 2010 en 2013 voerde in huiskamers in Polen en de regio van Borgloon. De kunstenares verloor zelf haar moeder, wat haar tot dit project en de samenwerking met de Loonse opdrachtgevers inspireerde. “Rouw staat bij ons bekend als verdrietig en eenzaam. Dat is het deels ook, maar er komt meer bij kijken”, aldus Braspenning. “Intens en emotioneel, ja, maar niet per se droefgeestig”.
Op zaterdag 23 november was het zover. De drie locaties in  het centrum van Borgloon, die Leen met de opdrachtgevers had uitgezocht (Gasthuiskapel, de OCMW-kerk en de Sint-Baptistkerk in Kuttekoven) waren in gereedheid gebracht. Op elke locatie werd er film en beeldmateriaal met interviews uit Borgloon en Polen getoond, stuk voor stuk persoonlijke rouwprocessen of getuigenissen over het omgaan met dood en afscheid nemen. Deze beelden werden afgewisseld met theatrale performances live gebracht door 3 acteurs. In de Gasthuiskapel konden de bezoekers letterlijk aanschuiven aan de koffietafel, waar een man en een vrouw elk op hun manier, afscheid namen van een geliefde.

De voorstellingen liepen telkens van 11u tem 16u30, en konden doorlopend bezocht worden tijdens het weekend van 23 en 24 november en het weekend van 30 november en 1 december. 

Partners

Rouw was mogelijk dankzij de ondersteuning van de Fondation de France en de logistieke medewerking van de dienst cultuur van Borgloon.