de Nieuwe opdrachtgevers

les Nouveaux commanditaires

Loek Grootjans – Ergens is het beter

Opdrachtgevers - vzw Fontein der Vreugde
Bemiddelaar - Thérèse Legierse
Partners - Stad Gent, NV R. Maes - Algemene bouwondernemingen
Sint-Michielsstraat, Gent, België, 2006

vzw Fontein der Vreugde diende het dossier in. In de werkgroep zaten vertegenwoordigers van de vzw, van de buurt en de Dekenij, van de eigenaars en van de Dienst Patrimonium, de Dienst Architectuur en de dienst Stadsvernieuwing en gebiedsgerichte werking van de Stad Gent.

De betonnen muur van het De La Sallecollege, het vroegere Sint-Amandusinstituut, in de Sint-Michielsstraat, Gent.

Ooit achter deze blinde muur...
Verzorgden de Alexianen de zieken.
Zieken zo ziek dat alles zwart werd.
De Cellebroeders ofwel de Schokkebroeders
verzorgden de mensen er tot in de hemel. Daar waar ooit
de Torenpoort stond. De poort tot de stad maar ook de
poort tot de hemel. Hier werden de ergste zieken en
ziektenverspreiders begeleid op hun laatste tocht.
Het Schokkebroersvestje een trap omhoog naar de
kapel. Als voorportaal tot iets anders. Sint Amandus
geëerd met zijn prachtige poort heeft het
Schokkebroersvestje vervangen. In 1976 werd de
poort tot de heiligheid voorgoed afgesloten. Het
poortje van St. Amandus werd verplaatst naar de
Oude Houtlei, en een blinde muur in grindbeton sloot 
alles van de buitenwereld af. Achter de muur kreeg de turnzaal van het Sint-Amandusinstituut zijn stek.

Het dossier was ingediend door vzw Fontein der Vreugde, een vzw die mensen met depressie en zelfmoordneigingen probeert te helpen.

Een opdrachtgever aan het woord: ‘Toen we van het initiatief Blinde Muren hoorden, kozen we een blinde muur in de Sint- Michielsstraat. Waarom? Misschien omdat hij zo massief en zo lelijk is, maar ook door zijn ligging: in de historische stadskern, vlakbij een historisch traject. Een kunstwerk aan zo’n muur zou de kans bieden om even het courante toeristische parcours te verleggen en zo andere kanten van Gent te laten zien. En natuurlijk bood de muur een aanknopingspunt met onze vzw: we wilden een uitzichtloze muur een positieve toets verlenen. Niet met een schreeuwerige kunst, want agressieve impulsen in het straatbeeld schrikken depressieve mensen af.’ Daarom werd de werkgroep uitgebreid met buurtbewoners en thematisch versterkt met Geert Van Doorne (Dienst Monumentenzorg) en Jo Lefebure (Dienst Architectuur).

Precies omdat de plek zo’n markante geschiedenis kent, besteedde de werkgroep zijn eerste vergaderingen aan de opmaak van een portfolio: een historische, architecturale en sociale inventaris. Jo vertelde over de recente geschiedenis van de muur. Toen hij in 1976 werd gebouwd, gingen daarvoor onder meer 18de-eeuwse gevels tegen de vlakte. Dat wekte veel beroering en verontwaardiging. Voor de Stad Gent was dat de aanzet om zijn omgang met het erfgoed te herijken, onder meer door de Dienst Monumentenzorg op te richten. Voor de buurt zelf is de massieve betonnen muur nog altijd een doorn in het oog.

Iedereen in de werkgroep deelde dezelfde bezorgdheid om de plek, maar benaderde ze vanuit verschillende invalshoeken. In het middelpunt daarvan is het kunstwerk ontstaan, gevoed door de identiteit en de geschiedenis van de plaats.

Loek Grootjans (Arnemuiden, 1955) begon zijn carrière met monochrome schilderijen. Nadien maakte hij vooral installaties en video’s. In zijn visie zijn kunst en filosofie met elkaar verweven: filosofie biedt inzicht, kunst biedt vrijheid.

Waarom koos de werkgroep uit de kunstenaars die Thérèse Legierse hen had voorgesteld, uiteindelijk voor Loek Grootjans? Een opdrachtgever: ‘Thérèse heeft ons voor die plek de juiste kunstenaars aangereikt. We kozen voor Loek omdat hij filosofisch is ingesteld, omdat hij nadenkt over wat een plek is, wat haar betekenissen zijn. Bovendien is hij een goede bemiddelaar en is hij ook technisch sterk.’

Dat buurtbewoners zich opwerpen als opdrachtgevers van een kunstwerk, vind Loek erg waardevol. ‘Als
kunstenaar moet je ze een werk geven waar ze trots op kunnen zijn, waar ze zich mee kunnen identificeren. Maar tegelijk moet je wel de ambitie behouden om een werk maken dat in je oeuvre past. Dat is me gelukt.’

Toen Loek Grootjans kennismaakte met de werkgroep, werd hij meteen overstelpt met informatie over de muur en de buurt. ‘Dat was erg inspirerend. Het hielp me om me snel in het dossier in te werken. Dat moest ook, want voor zo’n moeilijke opdracht was het proces erg kort: begin januari maakte ik de eerste schetsen van Ergens is het beter, eind mei werd het werk geplaatst. De tijd en het budget waren zo krap dat het net niet misliep. Achteraf denk je: dat was waanzin. Maar waanzin is natuurlijk prachtig.’

Ergens is het beter bestaat uit een smal trapje tegen de betonmuur, dat een eind boven de grond begint en naar een constructie in blauw glas leidt, die ’s nachts verlicht wordt - een wachtzaaltje voor de hemel. Daarmee zinspeelt Loek Grootjans op de historische betekenis van de buurt, waar eeuwenlang mensen aan de rand van de maatschappij hebben geleefd. Vroeger leidde een straatje naar een achterliggende kapel die je kon binnengaan via de Hemelpoort. Mensen in nood zochten er hoop en troost. Op die poort - en op de uitzichtloze omgeving waarin ze mensen in nood ooit hoop en troost beloofde - speelt Ergens is het beter in.

Een mirakel, zo noemde iemand van de werkgroep de realisatie van Ergens is het beter. Niet alleen omdat die realisatie veel voeten in de aarde had. Ook niet zozeer omdat het kunstwerk van Loek Grootjans ook mensen blijkt aan te spreken van wie je dat misschien niet zou verwachten. Miraculeus was veeleer Loek Grootjans’ ontwerp, dat zo’n symbolische kracht bezat dat het een erg diverse werkgroep eendrachtig om zich heen kon verenigen.